Behandeling door middel van neurostimulatie
Wat is neurostimulatie en hoe werkt het?
Neurostimulatie maakt gebruik van een klein apparaat dat operatief onder de huid wordt ingebracht en dat nauwkeurig gecontroleerde lichte elektrische pulsen stuurt (die geven een tintelend gevoel) naar bepaalde gebieden van uw zenuwstelsel. Deze elektrische pulsen worden afgegeven via een geleidingsdraad (een speciale medische draad) die ook operatief wordt geïmplanteerd. |
![]() |
Hoe effectief is neurostimulatie?
Neurostimulatie is een beproefd, effectief alternatief 1, 2, 3, 4 voor herhaalde rugoperaties, medicatie of andere pijnbehandelingen. Patiënten bij wie neurostimulatie succesvol is, ervaren doorgaans een afname van hun pijn met 50-88% en een verbetering in het vermogen om deel te nemen aan dagelijkse bezigheden. Neurostimulatie kan ook de behoefte aan extra pijnmedicatie en nog meer operatieve ingrepen verminderen of wegnemen.5,6,7
Neurostimulatie in één oogopslag
Hoe werkt het?
- De neurostimulator wordt door middel van een verbindingskabel (extensie) aangesloten op de geleidingsdraad (elektrode) die ter hoogte van de rug is ingebracht; de stimulator zelf wordt onderhuids in de buikwand geplaatst om lichte elektrische pulsen via de geleidingsdraad naar delen van het zenuwstelsel te sturen.
- De elektrische pulsen verhinderen dat pijnsignalen de hersenen bereiken, waardoor het gevoel van pijn wordt verlicht.
- Neurostimulatie wordt voorafgegaan door een proefstimulatieonderzoek dat helpt te bepalen welke patiënten waarschijnlijk baat hebben bij de behandeling.
Wat zijn de voordelen?
- Neurostimulatie is een effectief alternatief voor herhaalde rugoperaties, medicatie of andere pijnbehandelingen.
- Patiënten die behandeld worden met neurostimulatie, melden doorgaans een afname in pijn met 50-88%.
- Neurostimulatie wordt goed verdragen; complicaties komen zelden voor en zijn gemakkelijk te behandelen.
Referenties
1. Burchiel KJ. Spine 1996; 21:2786-94
2. Kumar K. Surgical Neurology 1998; 50:110-121
3. North RB. Neurosurgery 1993; 32:384-394
4. Segal R. Neurological Research 1998; 20:391-396
5. North RB. Neurosurgery 1991; 28:692-699
6. Van Buyten. J Neuromodulation 1999; 2:258-265
7. Ohnmeiss DD. Spine J 2001; 1:358-363

