Overzicht van de behandelingsmogelijkheden bij Parkinson
De eerste “verdedigingslijn” tegen de ziekte van Parkinson is behandeling met geneesmiddelen. Onder begeleiding van een algemeen neuroloog, of van een neuroloog die is gespecialiseerd in bewegingsstoornissen, zal worden getracht de ziekte met behulp van medicijnen te verlichten. Wanneer deze behandelingen niet doeltreffend blijken om de ziekte van Parkinson onder controle te houden of wanneer deze geneesmiddelen ongewenste bijwerkingen hebben, worden chirurgische behandelmogelijkheden onderzocht.
Behandeling met geneesmiddelen
Verschillende factoren spelen een rol bij de keuze van een bepaald geneesmiddel tegen bewegingsstoornissen:
- Bij veel patiënten zijn geneesmiddelen heel effectief. Met de juiste geneesmiddelen verbetert de toestand van een groot aantal patiënten aanzienlijk, hoewel die verbetering niet altijd van langdurige aard is.
- Een behandeling met geneesmiddelen kan snel worden aangepast. Doseringen kunnen worden aangepast om de effectiviteit te optimaliseren en de bijwerkingen te minimaliseren. Wanneer het huidige geneesmiddel zijn effectiviteit verliest, kunnen andere geneesmiddelen worden ingezet.
- Behandeling met geneesmiddelen is een minder invasieve methode dan een chirurgische ingreep.
Met de geneesmiddelen die voor de behandeling van de ziekte van Parkinson worden gebruikt, wordt ernaar gestreefd de balans te herstellen tussen neurotransmittersystemen (overdrachtsystemen) in de hersenen die op dopamine zijn gebaseerd en systemen die op acetylcholine zijn gebaseerd.
Welke geneesmiddelen worden tegenwoordig gebruikt om de ziekte van Parkinson te behandelen?
Het geneesmiddel levodopa wordt standaard gebruikt voor de behandeling van de ziekte van Parkinson. Na levodopa vijf tot tien jaar gebruikt te hebben, heeft meer dan 80 procent van de patiënten echter last van wisselende motorische immobiliteit als gevolg van 1) onvoorspelbare veranderingen van de effectiviteit van het geneesmiddel, ook wel het “on-off effect” genoemd;
2) plotselinge en onvoorspelbare veranderingen van bewegingen, zogenaamde levodopa-geïnduceerde dyskinesieën; en/of 3) perioden van verminderende effectiviteit van het geneesmiddel, ook wel het “wearing-off effect” genoemd. Door deze complicaties wordt een behandeling op lange termijn minder effectief.
Olanow CW. Clinical Crossroads, Conferences with patients and doctors at Boston's Beth Israel Hospital:
a 61-year-old man with Parkinson's disease. Journal of the American Medical Association.
1996;275(9)716-722.)
Fahn S. Adverse effects of levodopa. In:
Olanow CW, Lieberman AN, ed. The Scientific Basis for the Treatment of Parkinson's Disease. Londen, Engeland: Parthenon Publishing Group; 1992:89-112.
Zijn er op dit moment chirurgische behandelvormen voor de ziekte van Parkinson?
Pallidotomie
De chirurgische vernietiging van een deel van de globus pallidus wordt toegepast om de ziekte van Parkinson te behandelen. Deze chirurgische ingreep kan niet ongedaan worden gemaakt en moet mogelijk worden herhaald wanneer de symptomen terugkomen. Door pallidotomie kunnen de symptomen van rigiditeit, bradykinesie, tremor en dyskinesie worden bestreden, maar de ingreep kan ook resulteren in blijvende (ernstige) neveneffecten, zeker wanneer deze ingreep in beide zijden van de hersenen wordt uitgevoerd.
Hersenstimulatie (Deep Brain Stimulation of DBS)
Bij deze chirurgische techniek worden bepaalde diepe hersenstructuren gestimuleerd om bewegingsstoornissen te onderdrukken. Deze behandeling wordt ook wel DBS (Deep Brain Stimulation) genoemd. Deze chirurgische behandeling is door Medtronic ontwikkeld in samenwerking met medische onderzoekers. Bij de behandeling wordt een neurostimulatiesysteem geïmplanteerd dat elektrische pulsen afgeeft om de hersensignalen die de ziekte van Parkinson veroorzaken, te blokkeren. In de te behandelen hersenstructuren wordt een dunne geïsoleerde draad (een geleidingsdraad genoemd) met vier kleine elektrische contacten (zogenaamde elektroden) geïmplanteerd. De geleidingsdraad wordt via een verlengkabel onderhuids verbonden met de neurostimulator. De neurostimulator wordt meestal in de buurt van het sleutelbeen geïmplanteerd. De stimulatie kan naar wens worden aangepast, zodat de symptomen zo goed mogelijk worden bestreden. Hersenstimulatie is reversibel. Dit betekent dat het systeem uitgeschakeld kan worden. Dus de behandeling kan ongedaan gemaakt worden. Tenslotte kunnen eventuele bijwerkingen van de stimulatie aangepast worden.
Stamceltherapie
Stamceltherapie (of nigrale implantatie) is een experimentele techniek waarbij foetaal weefsel in de hersenen wordt getransplanteerd om de gedegenereerde hersenstructuren te vervangen. Voor veel bijkomende problemen zijn momenteel nog geen oplossingen beschikbaar, zoals de herkomst van het embryonale weefsel, de hoeveelheid weefsel en het aantal benodigde hersenpenetraties; ook het afstoten van getransplanteerd weefsel vormt nog een probleem.