Overzicht van de behandelingsmogelijkheden bij spasticiteit
In de meeste gevallen is de oorzaak van spasticiteit niet te verhelpen. In deze gevallen kan de spasticiteit zelf niet genezen worden maar kunnen alleen de gevolgen ervan behandeld c.q. verminderd worden. Afhankelijk van de ernst van de spasticiteit worden er diverse behandelingsvormen ingezet. Onderstaand stappenplan is met succes toegepast in de praktijk:
- fysiotherapie;
- medicamenteuze therapie met tabletten of injecties;
- intrathecale toediening van een antispastisch geneesmiddel (ITB™);
- weinig toegepaste chirurgische therapieën (b.v. doorsnijden van de zenuwbanen in het ruggenmerg).
Wat zijn de mogelijkheden bij moeilijk te behandelen ernstige spasticiteit?
Bij bewegingsstoornissen veroorzaakt door ernstige spasticiteit is de intrathecale toediening van antispastische geneesmiddelen een behandelalternatief. De intrathecale toediening van geneesmiddelen wordt al sinds de jaren 80 toegepast bij de behandeling van therapieresistente spasticiteit. Sindsdien hebben wereldwijd vele duizenden patiënten baat bij deze methode.
Wat is de effectiviteit van intrathecale geneesmiddeltoediening?
Uit verschillende internationale studies blijkt dat intrathecale geneesmiddeltoediening werkzaam is bij 80% van de behandelde patiënten. Bovendien werd een verbetering vastgesteld in het algemeen welbevinden van de patiënten en een afname in de benodigde hoeveelheid overige medicijnen. Hierdoor verbeterde voor veel patiënten de levenskwaliteit en konden ze weer deelnemen aan het dagelijks leven of zelfs hun werk weer oppakken.
Actuele aantallen
In de afgelopen zeven jaar hadden meer dan 35.000 patiënten wereldwijd baat bij de ITB-therapie, waarvan meer dan 7000 in Europa en 1000 in Nederland.
Behandeling van ernstige spasticiteit met orale medicatie
De behandeling van ernstige spasticiteit kan op verschillende manieren worden aangepakt. Spasticiteit wordt heel vaak behandeld met antispastische tabletten. Deze tabletten werken weliswaar bij een groot deel van de patiënten maar bij sommigen zijn zeer hoge doses nodig om hun spasticiteit goed te behandelen. Wanneer een antispastisch middel in hoge concentraties in het lichaam circuleert dan kunnen er bijwerkingen ontstaan, zoals misselijkheid, overgeven, sufheid, slaperigheid, verwardheid en geheugen- en aandachtsproblemen, waarbij ook nog de kans bestaat dat het gewenste resultaat niet wordt bereikt. Bij deze patiënten kan het effectiever zijn om lage doses medicatie rechtstreeks aan het ruggenmerg toe te dienen op de plaats waar het nodig is. Dat kan met behulp van een implanteerbare, programmeerbare pomp.
