HERSENLETSEL over deze aandoening

Wat is hersenletsel?

Als we spreken over hersenletsel wordt er een onderscheid gemaakt tussen aangeboren en niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Niet-aangeboren of verworven hersenletsel is iedere vorm van hersenletsel die zich heeft voorgedaan na de geboorte. Het kan gaan om infectieziekten in de hersenen, gebrek aan zuurstof naar de hersenen, aneurysma (een plaatselijke verwijding of uitstulping van een bloedvat), hersentumor of trauma aan het hoofd.

Bij NAH onderscheiden we hersenletsel door oorzaken van buitenaf (bijvoorbeeld een verkeersongeluk, een klap op iemands hoofd of val van de trap); dit noemen we traumatisch hersenletsel. Hersenletsel door een aandoening of proces in het lichaam (scheur in een bloedvat of een bloedprop in de hersenen) noemen we niet-traumatisch hersenletsel.

Wat zijn de oorzaken van hersenletsel?

De meest voorkomende oorzaken van niet-aangeboren hersenletsel zijn:

  • beroerte (CVA)   
  • TIA (Transient Ischemic Attack), tijdelijke afsluiting van een bloedvat in de hersenen door een bloedprop
  • traumatisch hersenletsel 
  • hersentumoren
  • hersenkneuzing (contusio cerebri)
  • hersenvliesontsteking (meningitis)
  • zuurstoftekort

Traumatisch hersenletsel is een specifieke naam voor schade als gevolg van trauma aan het hoofd. Veelvoorkomende oorzaken zijn ongelukken met motorvoertuigen, geweld, vallen en verwondingen door sporten. 

Wat zijn de symptomen van hersenletsel?

De ernst van traumatisch hersenletsel varieert van
licht:

  • tijdelijk geheugenverlies;
  • verwardheid;
  • tijdelijk verlies van bewustzijn;
  • andere lichte symptomen.

tot ernstig:

  • een langere tijd bewusteloos zijn;
  • langere tijd geheugenverlies na het ongeval;
  • problemen met zien;
  • uitval van een arm of been;
  • gehele of gedeeltelijke verlamming;
  • andere ernstige symptomen.

Afhankelijk van de ernst en het soort hersenletsel hebben mensen met traumatisch hersenletsel een grote kans op verdere problemen, waaronder:

  • problemen met bewegen en het geheugen;
  • gevoelsstoornissen (minder of juist overgevoelig voor pijn, warmte, kou);
  • gedragsveranderingen (remmingen verdwijnen, emotioneel anders reageren, onzeker of gefrustreerd zijn, last hebben van stemmingswisselingen, etc.).

Een van de meest voorkomende en hinderlijke gevolgen van traumatisch hersenletsel zijn problemen met de beweging, bijvoorbeeld verhoogde spierspanning of spasticiteit. Spasticiteit is een bewegingsstoornis waarbij de spieren gespannen, stijf en moeilijk aan te sturen zijn.1,2

Hoe vaak komt spasticiteit voor na traumatisch hersenletsel?

Jaarlijks worden ongeveer 140.000 Nederlanders getroffen door hersenletsel.5

Er is onvoldoende onderzocht hoe vaak spasticiteit zich ontwikkelt bij mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Schattingen van de ontwikkeling van spasticiteit lopen uiteen van 13 tot 63% van alle patiënten met hersenletsel.2,3

Spasticiteit en hersenletsel

Hersenletsel kan de zenuwsignalen tussen de hersenen en de spieren verstoren. Hierdoor kunnen veranderingen optreden in spierspanning, motoriek, gevoel en reflexen. Meestal ontwikkelt spasticiteit zich niet meteen na het ontstaan van het letsel, maar in de zes maanden daarna. In het eerste jaar kan de spierspanning drastisch veranderen.

Het optreden van spasticiteit na matig/ernstig hersenletsel kan het revalidatietraject behoorlijk belemmeren. Daarnaast kan uitstel van behandeling voor de spasticiteit leiden tot hinderlijke orthopedische problemen (problemen aan spier-, pees- en/of botstructuren) veroorzaakt door verhoogde spierspanning. Er wordt geschat dat contracturen (misvormingen van de spieren) door spasticiteit voorkomen bij maximaal 85% van de mensen met ernstig traumatisch hersenletsel.4

Behandeling van spasticiteit

Spasticiteit kan en zou behandeld moeten worden. De juiste behandeling kan werk, school, dagelijkse activiteiten en verzorging gemakkelijker maken, en uw welbevinden en zelfredzaamheid vergroten. Veel mensen kunnen hun spasticiteit onder controle houden door middel van het innemen van medicijnen, fysio- en ergotherapie, of injectietherapie, maar er zijn mensen voor wie deze behandelingen niet goed genoeg werken of die onverdraaglijke bijwerkingen ervaren.

Als behandelingen met pillen of injecties niet voor voldoende verlichting van uw gegeneraliseerde spasticiteit (spasticiteit in meerdere ledematen) zorgen of als deze behandelingen onaangename bijwerkingen veroorzaken, praat dan met een specialist op het gebied van spasticiteit over een mogelijke behandeling met een baclofenpomp, oftewel intrathecale baclofen (ITB)-therapie.

Zie ook Behandelingsopties voor spasticiteit. Raadpleeg een specialist op het gebied van spasticiteit om uw behandelingsmogelijkheden te bespreken.

Animatie over spasticiteit na hersenletsel - ITB - (01:24)

ITB voor spasticiteit na beroerte - patientenbrochure

Video's, brochures en handleidingen om te downloaden

DOWNLOAD hier

Meer weten over  intrathecale baclofen (ITB)-therapie?

CONTACT OPNEMEN

Referenties

1

Pérez-Arredondo A, Cázares-Ramírez E, Carrillo-Mora P et al. Baclofen in the Therapeutic of Sequele of Traumatic Brain Injury: Spasticity. Clin Neuropharmacol. 2016 Nov; 39(6): 311–319

2

Williams G, Banky M, Olver J. Distribution of Lower Limb Spasticity Does Not Influence Mobility Outcome Following Traumatic Brain Injury: An Observational Study J Head Trauma Rehabil Vol. 30, No. 5, pp. E49 -E57.

3

Singer BJ, Jegasothy GM, Singer KP, Allison GT, Dunne JW. Incidence of ankle contracture after moderate to severe acquired brain injury.Arch Phys Med Rehab 2004 Sept;85(9):1465-9.

4

Bose, P, Hou J, and Thompson FJ. Brain Neurotrauma: Molecular, Neuropsychological, and Rehabilitation Aspects. Chapter 14 Traumatic Brain Injury (TBI)-Induced Spasticity Neurobiology, Treatment, and Rehabilitation (2015) Taylor & Francis Group, LLC. PMID: 26269896.

U dient de informatie op deze site niet als vervangend medisch advies te beschouwen. Indien u twijfels heeft over uw gezondheid of een gezondheidsadvies nodig heeft, dient u contact op te nemen met uw arts of professioneel zorgverlener.